De meeste radiozenders klinken beter als ze niet correct zijn afgesteld. Met wat ruis erdoor gaat veel muziek er haast niets op achteruit. De momenten dat ik muziek wil horen duren toch al steeds korter. Een tijdje zette ik speciaal ruis op, maar ook dat duurde nooit lang. Nu luister ik het liefst naar de frequenties van de motor, onuitputtelijke bron van compositorisch materiaal. Het is niet te voelen hoe hard je rijdt, wel is het te horen. In het donker, met een solopartij voor de richtingaanwijzer, zwaai ik als een dirigent door de stad. Orkest, orkestzaal, muziekstuk, componist en publiek ineen. Ik rijd iemand voorbij die zijn hand opsteekt.
Raamgracht
22 oktober 2007De man naast me heeft een bijzondere fascinatie. Hij denkt er wel in mijn weblog mee te zullen komen. Hij maakt foto’s van alle toiletten waar hij ooit op zat.
’Vóórdat je hebt doorgetrokken, of ernà?’ vraag ik.
’Ná, hoezo?’
’Nou, als het ervóór was, ging het je misschien wel om wat er in de pot zat, in plaats van om het toilet zelf en díe fascinatie, daar is een naam voor.’
’Deze is ook een naam voor en is een stuk makkelijker geworden sinds met digitale fotografie.’
Hij haalt een apparaatje tevoorschijn dat een telefoon, een fototoestel, een afstandsbediening of een rekenmachine kan zijn. Hij houdt het schermpje in de lucht boven mijn stuur en een weelde aan toiletpotten komt voorbij.
’Daar was je vergeten door te trekken.’
’Nee, die was kapot.’
’Tis jammer dat ik geen foto’s heb van de allereerste wc’s waar ik op, die ik…’
’…bezat.’
’Ja.’
Bredeweg
20 oktober 2007Dat ik besluiteloos ben kan niemand me verwijten. Ik geef richting aan, stuur naar rechts en draai. Al mijn hele jeugd zwierf ik door deze straten en overwoog bij iedere auto hoe graag ik dat exemplaar wilde bezitten. Ik werkte in loondienst tot ik besloot voor welke model ik me in de schulden ging storten.
Ik nader een kruispunt en verheug me op het zacht knappende geluid van de banden over de tramrails. Een lieflijk geluid, of zwaarmoedig, naar gelang de omstandigheden.
Het plan is in vijf jaar deze investering terug te verdienen. Een nieuw kruispunt naderend moet ik voorsorteren. Links, rechts, rechtdoor, allemaal rood. Bij het vak naar rechts springt het stoplicht juist op groen en ik schuif door de bocht. Er gaat niets boven alleen in de auto zitten.
Aan het begin van een tunnel laat ik de luchtstroom recyclen en sluit de ramen, waardoor alleen het geluid klinkt van de door de tunnel suizende wagen, of van de zee. Het wordt al licht aan het eind van de lege tunnel als ik spastisch de linker weghelft opschiet. Ik nam me ooit voor de verkeersregels te respecteren, maar rijd nu links. Een wagen opeens achter me moet remmen en toetert. Ik schiet vooruit, maar de ander blijft boos en ik wijk uit naar rechts. We razen naast elkaar de tunnel uit en remmen hard voor de naderende stoplichten als aan de rechterkant van de weg een fiets opduikt, een zwarte herenfiets. Ik sla het stuur om, zet boordcomputer op manual, trek aan de handrem, draai een kwartslag naar links en zie de andere wagen langs me heen schieten. Vlak achter hem kom ik tot stilstand en kijk de fietser na, die gestaag de vier banen van de weg oversteekt.
Een vogel poept op de voorruit. Er spuit een wolk omhoog van oneindig fijne druppels die met één, twee zwaaien van de ruitenwisser de klodder opnemen en afvoeren.
Speerstraat
24 augustus 2007Er zat een tweeling achter in de auto. Een lelijke, babbelende tweeling. Ik voelde me aardig buitengesloten en draaide mijn spiegeltje zo, dat ik ze eens goed kon bekijken. In alles waren ze bijna exact hetzelfde.
Dezelfde dikke brilleglazen, maar met een andere kleur montuur. Hetzelfde dunne haar, maar een andere haarspeld. Dezelfde kleur vest, maar met een ander motief. Hetzelfde lange gezicht, dezelfde haakneus, dezelfde steenpuist, maar op een andere plek. Toen ze uitgestapt waren en ze vast dachten dat ik ze niet meer kon horen:
’Hij keek naar mij!’
’Echt niet, hij keek naar mij!’
’Waarom zou die naar jou kijken, je bent zo lelijk als de nacht!’
Brullend gelach.
Binnendraaierij
22 augustus 2007Volgens mij kijken auto’s net zo steenkoud als bijvoorbeeld vogels. Misschien zelfs killer. Maar een auto heeft twee gezichten en vanachter het stuur zie je meestal het achterste. Als ik lang kijk naar de achterkant van bijvoorbeeld een Golf dan denk ik na een tijdje, ‘hoezo, Golf’. Het is geen Golf meer die ik zie, maar wat dan wel. Snel genoeg is het weer wel een Golf, want anders zit je er bovenop. Het is net als te vaak het woord golf zeggen. Dat is ook opeens volkomen absurd. Misschien ziet een vogel het wel altijd zo.
Aankomstpassage
2 augustus 2007Naomi is tien jaar en ze vliegt in haar eentje van Osaka naar Amsterdam. Daar wordt ze opgewacht door een man die haar naar Den Haag rijdt. Bij het hotel aangekomen geeft ze hem een keurig opgevouwen briefje van vijf euro. (Het briefje had ze de hele rit al in haar broekzak.)
Fizeaustraat
15 mei 2007Voor het stoplicht sta ik stil naast een tramhalte. Een oude dame op de halte tikt op de ruit en vraagt me of haar fauteuil ook mee mag.
Ik rijd haar en haar stoel naar huis. Alle efteling poppetjes op de vensterbank aan de kant, het raam moet open voor het eerst in jaren en zo krijgen we de stoel middenin de huiskamer. Haar man kijkt toe vanuit zijn eigen fauteuil. Mevrouw wil een foto maken.
Er bestaat een versnipperd fotoalbum van mij. Al weet ik niet hoe het eruit ziet, het is gevuld met tientallen foto’s. Ik op luchthavens en bij attracties. Ik samen met grote of kleine toeristen. Ik in pak of leren jack. En op iedere foto een auto.
Stadhouderskade
15 mei 2007‘Volg die auto!’ roept mijn instapper.
Eindelijk! Ik geef me een trap op het gaspedaal.
‘We gaan naar dezelfde tent.’
Bah.
Schiphol
11 september 2006Tegen de ochtend rijd ik vaak een steward, goed geschoren en ingesmeerd, van of naar Schiphol. We wisselen ervaringen uit over personenvervoer.
Om de tongen los te maken neemt ie koffie mee, of iets uit de bar van het vliegtuig. Zo tegen de ochtend zijn die oude broodjes kaas met een mini-flesje wodka hemels.
Hij weet ook ondertussen dat ik na hem ga stoppen met de nacht.
Derkinderenstraat
8 september 2006Ik moet naar links op de rotonde en neem ‘m ook linksom, eigenlijk zonder het te merken. Honderd meter verder zet ik mijn auto aan de kant en al voor ik aan wil bellen komt er iemand naar buiten. Een zwarte jongen, sikje, grote capuchon sluit af en slaat, terwijl hij zich omdraait, een kruisje.
”Leidseplein.”
Vlak voor dezelfde rotonde – we moeten nu rechtsaf – hoor ik:
“En nu wéér linksom dan…”
Als we van de rotonde af zijn, vraagt hij over de rozenkrans aan mijn binnenspiegel:
“Hangt die er voor de sier..?”
